Hoe verenig je het feit dat Sectie-C een geweldige plek is met het feit dat er onherroepelijk gebouwen worden gesloopt, maar ook met de wens dat sommige elementen behouden worden, en dat tegen een achtergrond van de wens de huidige huurders en hun creatieve ecosysteem zoveel mogelijk voor de plek te behouden?
Over zulke zaken vertelt Tom, en voor de leesbaarheid en het geval je ooit zelf wordt gevraagd een soortgelijk project te maken, is het plan opgedeeld in een goed te volgen zes-stappenplan:
Wie is Tom van Tuijn
Tom van Tuijn (1987) is stedenbouwkundige en eigenaar van Van Tuijn Stedenbouw Landschap Onderzoek. Tom studeerde in 2014 af aan de Academie van Bouwkunst in Tilburg. Zijn werk vertrekt vanuit ‘embedded urbanism’: een ontwerpmethode die uitgaat van diepgaand onderzoek naar omgeving en gebruik, samenwerking en het typische karakter van de plek.
Stap 1: Word stedenbouwkundige met een voorkeur voor het heruitvinden van bestaande maatschappelijke plekken
“Stedenbouw is een vak dat gaat over het vormgeven van hoe je wilt wonen”, vertelt Tom. “Het gaat over veel meer dan stenen stapelen, je geeft juist vorm hoe je met elkaar wil leven. En dat is ruimtelijk, want uiteindelijk stol je die ideeën erover in een ruimte. Stedenbouw gaat ook over het proces om daartoe te komen – de sociale, zachte kant van de stad.
Samen met de dertien, veertien mensen die bij mijn bureau werken hou ik me met dit soort opgaven bezig. Van hele hoogstedelijke plekken zoals Sectie-C tot aan landgoederen. We werken het liefst zo min mogelijk aan standaard uitbreidingswijken aan randen van steden. Onze kracht ligt in het heruitvinden van plekken die al een maatschappelijke rol invullen. Wij willen eerst begrijpen wat een plek ís, en kan zijn, voordat we een plan maken.”
Stap 2: Krijg (én aanvaard) de opdracht om de plek te plannen
De tweede stap in het maken van een plek is: zorg dat je een klik hebt met de opdrachtgever. “De link met de opdrachtgever voor het vernieuwen van Sectie-C is een aantal jaar geleden gelegd, in 2020 of 2021. Focus kocht het gebied aan, niet per se met het idee van ‘er moeten 1300 woningen komen’, maar eerder met de vraag: wat kunnen we met dit gebied? En dan kom je bij mensen zoals wij uit, in plaats van een architect.”
Dat Tom de opdracht aannam was niet vanzelfsprekend: “Als alles tegen de vlakte gaat en er twee-onder-een-kapwoningen voor terugkomen is het voor mijn bureau niet interessant. Dat heb ik Focus toen ook verteld.” Waarom hij het toch deed? De druk op de woningmarkt, waardoor bestaande ruimte beter gebruikt moet worden, de complexiteit van de puzzel om alle belangen samen te laten komen — iets waar zijn bureau in specialiseert — en dat hij dus echt op één lijn zat met de ontwikkelaar. “De broedplaats blijft behouden: er komt 19.500m2 ruimte voor een creatief ecosysteem voor de eeuwigheid, in de vorm van duurzame nieuwbouw.” En de woningnood wordt verlicht: er komen 1.300 woningen, waarvan 85% betaalbaar en 15% vrije sector, er komt ruimte voor zelfbouw en de combinatie woon/ werkplek.
Maar er is nog een heel belangrijke reden: Tom was al fan van Sectie-C, en dat hielp hem bij de volgende stap.
Stap 3: Besef dat de waarde van het gebied zit in de gemeenschap
“Sectie-C is een gebied waarin de waarde niet per se zit in de gebouwen”, zegt Tom. “In sommige voormalige industriële gebieden zie en voel je de monumentaliteit van de gebouwen die daar nog staan, je ziet de waarde in de gebouwen zitten. Bij Sectie-C zit die waarde ‘van binnen’: die zit in de mensen die er werken, in de connecties die zij met elkaar aan zijn gegaan, in de creaties waaraan ze werken, in het ecosysteem dat zij met elkaar vormen. De gebouwen vormen de achtergrond. Dus dat is het geweldige aan Sectie-C.
Om een voorbeeld te geven: mensen beheren er ‘voortuintjes’, in de abstracte zin van het woord. Het zijn uitloopzones die horen bij ateliers, die publiek toegankelijk zijn. Ze brengen het werk letterlijk naar buiten, ze maken het voelbaar en zorgen voor eigenaarschap.” Dat ecosysteem moet behouden blijven. Alleen: hoe doe je dat? Nou..
Stap 4: Begrijp de gemeenschap en de geschiedenis van de plek volkomen en neem die mee in het ontwerpproces zelf
“Wat mijn team en ik doen in een proces als dit is praten en ‘testen’. We hebben niet alleen heel veel gesprekken met mensen, in het luisteren proberen we ze mee te nemen in het ontwerpproces zelf. We stellen vragen als ‘herken je het? Erken je het ook?’ het is een interactief proces waarbij we stapje voor stapje naar een collectieve ervaring toewerken.
We hebben verschillende sessies’ en tal van overleggen en werkgroepen met de huurders gehad. Het is niet altijd eenvoudig, maar het is de enige manier om te ontdekken hoe zo’n plek precies ‘werkt’.
We kijken naar de verschillende gebruikers van het gebied en die proberen we elk een passende plek te geven. Een ontwerper die bijvoorbeeld veel zaagt proberen we zo binnen de nieuwe broedplaats een plek te geven waar mensen het niet horen en een gezin dat juist weer op zoek is naar wat stilte proberen we daar uit de buurt te houden. Een deel is ook aan verwachtingsmanagement doen over wat voor plek het gaat worden, zowel voor huurders als voor toekomstige bewoners.”
“Door deze processen krijgen we grip op de finessen. Wie op welke plek goed gedijt, welke functies elkaar goed verdragen of juist uit elkaar moeten, of het haalbaar en maakbaar is. Of dat we juist een functie kunnen toevoegen die er nog niet is.”
Op Sectie-C zit de fotograaf naast de houtbewerker, en die twee leren weer allerlei dingen van elkaar. Die visie op samenleven en samenwerken proberen we op het nieuwe terrein ook mee te nemen.
“Als je op Sectie-C iets wil bereiken, moet je bijvoorbeeld weten dat de verschillende hallen ‘hallenmeisters’ hebben, en dat veel zaken via hen verlopen. Ook zijn hier, zoals in alle samenlevingen, ongeschreven normen en waarden. Op dit moment heb je dus 280 mensen die daar huren, die op hun manier samenleven. Daar moet je rekening mee houden.”
En dan is er nog de sociaal-culturele en de architectonische geschiedenis van het gebied. “Het Karregat, dat nu naast Sectie-C staat, is een vrij radicaal gebouw uit de jaren zeventig. Architect Frank van Klingeren had daar een visie voor — geen muren, alle organisaties en bedrijven — de scholen, de kapper — in één ruimte. Wij zeiden tegen elkaar: eigenlijk voldoet Sectie-C nu meer aan die visie van Van Klingeren dan het huidige Karregat, waar helaas gewoon weer muren en scheidingen in zijn gekomen. Op Sectie-C zit de fotograaf naast de houtbewerker, en die twee leren weer allerlei dingen van elkaar. Die visie op samenleven en samenwerken proberen we op het nieuwe terrein ook mee te nemen.”
Stap 5: vul het plan in, maar niet té gedetailleerd
Na al die gesprekken, na alle vormen van rekening houden met stakeholders, het kostenplaatje, de architectonische en socio-culturele geschiedenis van het gebied én de marketing voor het te bouwen gebied, moet er uiteindelijk wel ook echt iets op papier komen.
Tom laat diagrammen en plannen zien, waarin de broedplaats prachtig prijkt tussen groen, plantenbakken, bouwblokken, appartemententorens en andere ambities. Ik noem ‘Groen en klimaat: 23.000m2 groen in de volle grond (2,5x de norm van de gemeente Eindhoven)’, ‘250 nieuwe bomen, 4.800m3 waterberging’, zo prijkt er trots in het plan, en ‘…8 nieuwe bouwblokken, 8 groene hoven’, en ‘..een fijnmazig kruip-door-sluip-door weefsel. Achter elke hoek schuilt weer een verrassing…’ en ‘…een bindend landschap, met grote autovrije straten en zones.’
“Waar ‘het gebeurt’ op Sectie-C is in de tussenruimtes, de braakliggende gebiedjes, de hoekjes, de steegjes”, zegt Tom. “Dat karakter van ruimtelijkheid proberen we ook mee te nemen in de nieuwe gebiedsindeling.”
Toch is het plan op papier voor hem niet in beton gegoten. “Het blijft een proces. Bij veel bouwplannen wordt geprobeerd alles vooraf te creëren. En één ding weten we zeker: als wij proberen alles vooraf te creëren, dan sluit het nooit helemaal aan op de mensen die er gebruik van gaan maken.
We noemen dat zelf wat ruimte voor het onbestemde. Dus we moeten niet alles willen ontwerpen, we moeten niet alles willen bedenken. We moeten proberen het voor elkaar te krijgen dat er dingen zijn waar mensen iets mee kunnen gaan doen.”
Ik hoop dat Sectie-C die plek kan zijn die juist een beetje in de tussenzone opereert, waar juist ‘positieve rommeligheid’ een plek heeft.
Stap 6: maar heb wel torenhoge ambities: mik op de eeuwigheid
Stedenbouw is een een vak van geduld en van de lange adem, en voor je resultaat ziet, kunnen er veel tijd en sowieso veel gesprekken overheen gaan. Aan welke stip op de horizon hou je je dan vast? Gevraagd naar of er één ding is waar Tom echt naar toe werkt, wanneer hij echt met gloeiende trots terug zou kijken op dit project, zegt hij dat dat het geval is als het creatieve ecoysteem voortduurt. “Dat het ecosysteem wat het nu is, open gaat voor meerdere doelgroepen, maar wel een sterk ecosysteem blijft. Dat ook een bewoner onderdeel kan zijn van het ecosysteem, op zijn eigen manier, met zijn eigen ritme van een dag en ritme van leven. Maar dat het bij elkaar zal passen, niet dat het elkaar afstoot. Dat een groot deel van die broedplaats een nieuwe vorm heeft gevonden en dat het ook gewoon de komende tientallen jaren kan functioneren.”
“Ik hoop dat Sectie-C een plek wordt waar initiatief toegejuicht wordt. Veel van onze steden zijn zo geordend, alles is zo bedacht. En ik hoop dat Sectie-C die plek kan zijn die juist een beetje in de tussenzone opereert, waar juist ‘positieve rommeligheid’ een plek heeft. Een plek moet rekbaar zijn. Dus een plek moet in vorm mee kunnen veranderen met elke generatie die op zijn terrein landt.”